Auto van de zaak

Iedereen met een auto van de zaak moet afrekenen met de fiscus. Of nu ondernemer bent, directeur-grootaandeelhouder of werknemer. Deze beloning in natura is een vorm van loon, omdat de Belastingdienst ervan uit gaat dat er ook privé met de auto wordt gereden. Er is sprake van een inkomensbijtelling middels een autokostenfictie. Als er weinig privékilometers worden gemaakt, dan kan de bijtelling nihil zijn. Tegenwoordig geldt hierbij hoe zuiniger de auto, hoe lager de bijtelling. In dit artikel gaan we in op deze regeling.

De volgende zaken worden besproken:
- Algemeen
- Btw-correcties auto van de zaak
- Hoe werkt de willekeurige afschrijving en de investeringsaftrek?
- Minder bijtelling voor leaseauto ondernemer
  
________________________________________
Algemeen

Hoe werkt het?
Vanaf 1 januari 2006 valt de auto van de zaak voor werknemers niet meer onder de inkomstenbelasting. Dit betekent dat de afrekening van de auto van de zaak is terug te vinden via het loonstrookje en niet meer hoeft te worden aangegeven middels de reguliere aangifte. Gevolg is dat de bijtelling wordt verrekend met loonheffingen. Het bruto inkomen stijgt en het netto inkomen daalt. Gevolg: de auto is al verrekend! Over de bijtelling wordt progressief (tot 52%) belasting ingehouden.

Grondslag bijtelling
De bijtelling vindt plaats over de catalogusprijs van de betreffende auto. De catalogusprijs is de nieuwprijs van een auto inclusief fabrieksopties, BTW en BPM.

Voor de zogenoemde oldtimers, dat zijn auto’s ouder dan 15 jaar (gerekend vanaf het tijdstip van eerste ingebruikneming), wordt uitgegaan van de waarde in het economisch verkeer voor de bijtelling. Dit lijkt mooi, maar de cataloguswaarde van deze oude auto’s was ook erg laag. Zo is voorkomen dat werknemers mooie en nu dure oldtimers goedkoop op de zaak rijden. Let op, sinds 1 januari 2010 geldt voor deze categorie auto’s een bijtelling van 35% in plaats van 25%!

Waar is de cataloguswaarde te vinden?
De cataloguswaarde die de werkgever nodig heeft om de bijtelling te kunnen berekenen is onder meer te achterhalen met behulp van historische prijslijsten van de officiële importeurs. Daarnaast is de cataloguswaarde van een nieuwe auto sinds 1 januari 2010 te vinden in een nieuwe database van de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Let op, in die database zijn alleen de auto’s opgenomen die vanaf 1 januari 2010 voor het eerst zijn geregistreerd.

Hoogte bijtelling
Vanaf 1 januari 2010 zijn de tarieven voor de (minimum)bijtelling auto van de zaak:
- 0% van de cataloguswaarde voor auto's zonder CO2-uitstoot (bijvoorbeeld elektrische auto's);
- 14% van de cataloguswaarde voor zeer zuinige auto's met een CO2-uitstoot van maximaal 95 gram per kilometer bij een die op diesel rijdt en 110 gram per kilometer bij een auto die niet op diesel rijdt;
- 20% van de cataloguswaarde voor zuinige auto's met een CO2-uitstoot van meer dan 95 en maximaal 116 gram per kilometer bij een auto die op diesl rijdt en van meer dan 110 en maximaal 140 gram per kilometer bij een auto die niet op diesel rijdt;
- 35% van de economische waarde voor auto's die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen;
- 25% van de cataloguswaarde voor alle andere auto's.

Nieuwe criteria zuinige auto's van de zaak
Vanaf 1 juli 2012 worden de CO2-grenzen voor het 14%-tarief en het 20%-tarief van de bijtelling auto van de zaak aangescherpt:
- voor personenauto's met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gram per kilometer, die in de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013 worden gekocht, geldt gedurende 5 jaar een 0%-tarief voor de bijtelling;
- op auto's die al voor 1 januari 2012 waren aangeschaft en niet meer dan 50 gram per kilometer uitstoten, is voor zover ze daarr nog geen recht op hadden vanaf 1 januari 2012 het 0%-tarief van toepassing tot 1 januari 2017;
- voor personenauto's met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gram per kilometer, die in de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015 worden aangeschaft, geldt gedurende 5 jaar een 7%-tarief voor de bijtelling;
- auto's met een 20% of 14% bijtelling waarvan het kenteken vóór 1 juli 2012 op naam is gesteld, houden dat lagere bijtellingspercentage tot de auto een andere eigenaar én andere gebruiker krijgt. In dat geval zal het bijtellingspercentage met ingang van 1 juli 2017 worden aangepast overeenkomstig de dan geldende normen;
- auto's met een 20% of 14% bijtelling, die vanaf 1 juli 2012 op naam worden gesteld, houden dat lagere bijtellingspercentage voor een periode van 5 jaar. Die periode van 5 jaar begint op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het kenteken van de auto voor het eerst op naam is gesteld. Aan het einde van die periode wordt bekeken of de auto tegen de dan geldende CO2-grenzen opnieuw voor een periode van 5 jaar voor een verlaagd bijtellingspercentage in aanmerking komt.

Elektrische auto's
Elektrische auto's en andere auto's met een nulemmissie tijdens het rijden zijn tot 2015 vrijgesteld van de bijtelling privégebruik auto van de zaak. Deze auto's zijn ook vrijgesteld van de BPM (belasting op personenauto's en motorrijwilene) en de motorrijtuigenbelasting.

Grijs kenteken
Een ‘grijs’ kenteken heeft betrekking op een bestelbusje/-auto. De bijtelling voor het privégebruik vervalt voor bestelauto’s die door hun aard en inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt zijn voor het vervoer van goederen. Wordt van zo’n bestelauto toch privé gebruik gemaakt, dan is de bijtelling gelijk aan het aantal privékilometers keer de kilometerprijs.

 
Eigen bijdrage
Soms is bij een duurdere auto dan volgens het arbeidscontract toegestaan, een eigen bijdrage van de werknemer te verlangen. Deze eigen bijdrage kan in mindering worden gebracht op de bijtelling via het loonstrookje. In enkele gevallen dient dit te gebeuren via de aangifte.

Tip:
Indien de ‘extra’ vergoeding betrekking heeft op ‘privé’, dan kan het in mindering worden gebracht op de bijtelling. De werkgever kan hier aan meehelpen middels een verklaring!

Kilometeradministratie
De bewijslast inzake het overschrijden van de 500-kilometer grens ligt niet bij de werkgever, maar bij de werknemer. Een sluitende rittenadministratie dient aan de volgende gegevens te voldoen:
- Merk, type en kenteken van de auto met de periode waarin deze tot uw beschikking stond.
- Datum, begin- en eindstand kilometerteller, adres van aankomst en vertrek, zakelijk of privé, en eventueel de afwijkende route.

Per  1 januari 2012 is het mogelijk voor zelfstandigen zonder personeel met een bestelauto(bus) van de zaak een verklaring te downloaden bij de belastingdienst. Hierin wordt verklaart dat er niet privé met de auto van de zaak zal worden gereden. U hoeft dan geen sluitende kilometeradministratie meer bij te houden.

Er hoeft ook géén administratie bij gehouden te worden als het een auto met grijs kenteken betreft en het uitdrukkelijk verboden is er privé mee te rijden. Als er meer dan 500 kilometer per jaar aan privé-kilometers gereden wordt, hoeft er geen administratie bij gehouden te worden.

Let op!
Rijdt u per jaar meer dan 500 km privé zonder bijtelling op te geven, dan riskeert u een boete. De boete kan bij ernstig misbruik, zoals het vervalsen van de rittenadministratie, zelfs nog hoger uitvallen. De belastingdienst controleert actief op het privégebruik van auto’s van de zaak.

Kilometervergoeding of auto van de zaak?
Soms heeft een werknemer diverse mogelijkheden bij het aangaan van een arbeidscontract:
- Een auto van de zaak
- Een (on)belaste kilometervergoeding: De werkgever mag een kilometervergoeding geven als met eigen vervoer werkzaamheden worden verricht of naar het werk wordt gereden. Deze grens ligt op € 0,19 per kilometer. Meer mag ook, maar dan wordt het meerdere wel belast.
- Een flinke inkomenscompensatie ter waarde van het leasebedrag en een stelpost kosten (car-allowance).

De kosten van de bijtelling (inclusief eigen bijdrage) dient men af te wegen tegen het aantal te rijden kilometers en de kilometerprijs van de auto (inclusief o.a. brandstofkosten, reparatiekosten, verzekeringen en afschrijving). Een hele klus, maar het kan zeer verrassend uitpakken.

Wat kan de werkgever belastingvrij vergoeden?
Op declaratiebasis van de werknemer met een auto van de zaak, kan een werkgever direct of indirect bepaalde kosten onbelast vergoeden. Denk hierbij onder andere aan brandstof- en reparatiekosten, vaak worden deze kosten al direct door de werkgever betaald. Maar zelfs parkeergelden mogen onder de onbelaste vergoedingen vallen.

Tip:
Zelfs een parkeerbon die is uitgeschreven door een gemeente als ‘gemeentelijke belastingheffing’ kunnen worden vergoed door de werkgever. Uiteraard is dit afhankelijk van het contract en het humeur van de werkgever.

Indien een werknemer (zowel met als zonder auto van de zaak) zakelijke reiskosten maakt met trein, bus of taxi mag de werkgever de werkelijke kosten onbelast vergoeden.


________________________________________
Btw-correcties auto van de zaak

Heeft u aan uw personeel auto’s ter beschikking gesteld die ook voor privé worden gebruikt, dan moet u de BTW die u in eerste instantie geheel in aftrek heeft gebracht corrigeren.

Let echter op, deze BTW-correctie is per 1 juli 2011 gewijzigd. Dat is het gevolg van een uitspraak van de rechtbank Haarlem.

U heeft als werkgever alleen recht op BTW-aftrek als er sprake is van ondernemerskosten. Dit betekent dat de BTW die aan het privé-gebruik van de auto van uw werknemer kan worden toegerekend niet aftrekbaar is. Hoe bepaalt u nu dat privé-gebruik? U kunt uw werknemers vragen het privé-gebruik door middel van een rittenadministratie bij te houden. De aan het privé-gebruik toe te rekenen BTW is dan niet aftrekbaar. De rechter heeft echter bepaald dat een werkgever het bijhouden van een rittenadministratie niet kan afdwingen.

In veel gevallen zal een rittenadministratie dus niet voorhanden zijn. Om dit probleem op te lossen mag een werkgever voor de BTW-correctie gebruikmaken van de regeling zoals die geldt voor ondernemers, de zogenoemde forfaitaire regeling.

Forfaitaire regeling tot 1 juli 2011
Deze regeling houdt in dat u de BTW op kosten van aanschaf, gebruik en onderhoud van de auto in eerste instantie volledig in aftrek brengt. Vervolgens maakt u in de laatste BTW-aangifte van het boekjaar een correctie voor privé-gebruik van uw werknemer. Deze correctie bedraagt 12% van, de in de inkomsten- en loonbelasting geldende, bijtelling van 25% (of 20% of 14% of 0%) van de cataloguswaarde.

Let op!
Op 1 juni 2011 heeft rechtbank Haarlem geoordeeld dat een ondernemer met succes een beroep kan doen op het gelijkheidsbeginsel voor de BTW-correctie privégebruik auto van de zaak. Het onderscheid dat de Staatssecreatris in zijn beleid maakte door bij de BTW-correctie aansluiting te zoeken bij de bijtelling voor de inkomsten- en loonbelasting is voor de BTW  niet relevant.

Nieuwe regeling vanaf 1 juli 2011
In de nieuwe regelgeving is 19% BTW verschuldigd over het werkelijke privégebruik van de auto. Het vaststellen van het werkelijke privégebruik van de auto van de zaak vergt naast een kostenregistratie tevens een sluitende kilometeradministratie. Hierbij nog opgemekrt dat het woon-werverkeer vanaf 1 juli 2011 tot het privegebruik wordt gerekend voor de BTW. Deze nieuwe regels leiden in de praktijk tot een toename van de administratieve lasten. Om dit de voorkomen heeft de Staatssecretaris goedgekeurd dat de BTW-correctie forfaitair mag worden vastgesteld, namelijk 2,7% van de cataloguswaarde van de auto van de zaak.

Woon-werkverkeer
Vanaf 1 juli 2011 is het verschil in andere kwalificatie van privégebruik weer terug. Voor de BTW worden namelijk woon-werkkilometers wél als privé aangemerkt, terwijl dit voor de inkomsten- en loonbelasting niet het geval is.

Eigen bijdrage
Stel u ontvangt van uw werknemer een eigen bijdrage voor het privégebruik. Over deze vergoeding bent u BTW verschuldigd. De BTW die u verschuldigd bent bij toepassing van de bijtelling voor privé-gebruik kunt u verminderen met de BTW die u moet voldoen over de vergoeding die u van uw werknemer heeft ontvangen.

Stel u heeft van uw werknemer een bedrag van € 3.000 ontvangen voor het privé-gebruik van de auto van de zaak. De in dat bedrag begrepen btw (19/119 x 3.000 = € 479) heeft u op aangifte voldaan. De auto heeft een cataloguswaarde van € 25.000. Het gaat om een zuinige auto zodat de BTW-correctie in eerste instantie 12% x 20% x € 25.000 = € 600 bedraagt.

Dat bedrag mag u vervolgens verminderen met de al voldane € 479. Per saldo geeft u dus in het laatste tijdvak van het jaar een bedrag van € 121 aan.


________________________________________
Hoe werkt de willekeurige afschrijving en investeringsaftrek?

Investeert uw bedrijf in 2012 in een zeer zuinige auto, dan mag u deze investering in twee jaar tijd afschrijven. Maximaal 50% in 2012 en 50% in 2013. Daarnaast komen zeer zuinige auto’s en elektrische auto’s in 2012 in aanmerking voor kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en milieu-investeringsaftrek


________________________________________
Minder bijtelling voor leaseauto ondernemer

Ik ben ondernemer en heb een auto van de zaak die op naam van mijn BV staat. Een leaseauto van mijn BV dus. Ik rijd veel privé in de auto, dus aan de bijtelling ontkom ik niet. Maar kan ik iets doen om toch minder belasting over de auto te betalen? Met mijn eigen BV kan ik tenslotte regelen wat ik wil.

Heb je een auto van de zaak en rijd je meer dan 500 privé-kilometers per jaar, dan moet je over de waarde van de auto belasting betalen.

Van die bijtelling mag je de eigen bijdrage die je aan je werkgever betaalt voor privé-gebruik aftrekken. Een 'gewone' werknemer schiet daar weinig mee op. De aftrekpost is leuk, maar per saldo ga je er toch op achteruit. Het netto bedrag van de eigen bijdrage, dus na belastingvoordeel, ben je immers toch kwijt.

Bij jou ligt dit als directeur-grootaandeelhouder (DGA) anders. Jouw werkgever is immers je eigen BV. Het voordeel zit in het belastingtarief waar jij onder valt.

Als jouw salaris namelijk in het hoogste belastingtarief van 52% valt, dan kan je een leuk voordeel behalen. Je hebt dan aftrek van de bijdrage tegen dit hoge tarief.

De bijdrage die de BV van jou ontvangt, vormt inkomen voor de BV. Stel dat de BV in het laagste belastingtarief valt. Dan moet de BV over de ontvangen bijdrage 20% vennootschapsbelasting over betalen. Stel nu dat de BV het resterende bedrag, dus na betaling van belasting, weer aan jou uitkeert. Dan betaal jij 25% inkomstenbelasting over die uitkering. Per saldo betalen jij en de BV samen 40% belasting. Vergelijk dat met de aftrek tegen 52% die jij in privé hebt. Een voordeel van 12%.

Voorbeeld
Stel dat jouw inkomen in het 52% tarief valt. Dit tarief geldt in 2010 vanaf een inkomen (na aftrek van hypotheekrente et cetera) van € 54.367. De cataloguswaarde van jouw auto bedraagt € 30.000. De bijtelling is 25% dus € 7.500. Over de bijtelling betaal je € 3.900 inkomstenbelasting.

Nu ga je een eigen bijdrage aan de BV betalen die gelijk is aan de bijtelling. Dan houd je geen bijtelling meer over, omdat je de eigen bijdrage mag aftrekken van de bijtelling.

Bij de BV wordt de ontvangen € 7.500 belast tegen 20%. Dat kost dus € 1.500 aan vennootschapsbelasting. Er blijft na belasting € 6.000 over. Keer je dit bedrag als dividend aan jezelf uit, dan kost dat 25% inkomstenbelasting. Je betaalt dus nog eens € 1.500 aan de Belastingdienst.

Totaal gaat er nu € 3.000 naar de fiscus. Maar zonder die eigen bijdrage was dat € 3.900. Een jaarlijks voordeel van € 900 dus.

Wel is de BV iets meer omzetbelasting kwijt en moet je zorgen voor een goede vastlegging. Let er ook op dat je totale salaris nog wel binnen de normen valt die de Belastingdienst daarvoor stelt. Het belastingvoordeel weegt echter snel op tegen die nadelen. Snel verdiend dus.