
Iedereen met een auto van de zaak zal moeten afrekenen met de fiscus. Of nu ondernemer bent, directeur-grootaandeelhouder of werknemer. Deze beloning in natura is een vorm van loon, omdat de Belastingdienst ervan uit gaat dat er ook privé met de auto wordt gereden. Er is sprake van een inkomensbijtelling middels een autokostenfictie. Als er weinig privé-kilometers worden gemaakt, dan kan de bijtelling nihil zijn. Tegenwoordig geldt hierbij hoe zuiniger de auto, hoe lager de bijtelling. In dit artikel gaan we in op de regeling in 2010.
De volgende zaken worden besproken:
- Algemeen
- BTW-correcties auto van de zaak
- Kostenvergoedingen voor gebruik van de eigen auto en de auto van de zaak
- Hoe werkt de willekeurige afschrijving en de investeringsaftrek?
- Minder bijtelling voor leaseauto ondernemer
Hoe werkt het?
Vanaf 1 januari 2006 valt de auto van de zaak voor werknemers niet meer onder de inkomstenbelasting. Dit betekent dat de afrekening van de auto van de zaak is terug te vinden via het loonstrookje en niet meer hoeft te worden aangegeven middels de reguliere aangifte. Gevolg is dat de bijtelling wordt verrekend met loonheffingen. Het bruto inkomen stijgt en het netto inkomen daalt. Gevolg: de auto is al verrekend! Over de bijtelling wordt progressief (tot 52%) belasting ingehouden.
Grondslag bijtelling
De bijtelling vindt plaats over de catalogusprijs van de betreffende auto. De catalogusprijs is de nieuwprijs van een auto inclusief fabrieksopties, BTW en BPM. Overigens neemt de BPM de komende jaren af, maar neemt de motorrijtuigenbelasting toe. Dit met het oog op milieu en kilometerheffing.
Voor de zogenoemde oldtimers, dat zijn auto’s ouder dan 15 jaar (gerekend vanaf het tijdstip van eerste ingebruikneming), wordt uitgegaan van de waarde in het economisch verkeer voor de bijtelling. Dit lijkt mooi, maar de cataloguswaarde van deze oude auto’s was ook erg laag. Zo is voorkomen dat werknemers mooie en nu dure oldtimers goedkoop op de zaak rijden. Let op, sinds 1 januari 2010 geldt voor deze categorie auto’s een bijtelling van 35% in plaats van 25%!
Waar is de cataloguswaarde te vinden?
De cataloguswaarde die de werkgever nodig heeft om de bijtelling te kunnen berekenen is onder meer te achterhalen met behulp van historische prijslijsten van de officiële importeurs. Daarnaast is de cataloguswaarde van een nieuwe auto sinds 1 januari 2010 te vinden in een nieuwe database van de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Let op, in die database zijn alleen de auto’s opgenomen die vanaf 1 januari 2010 voor het eerst zijn geregistreerd.
Geel kenteken
Een ‘geel’ kenteken heeft betrekking op een personenauto. Er zijn vanaf 2010 vijf bijtellingen (autokostenficties) voor werknemers met een auto van de zaak. De werkgever verrekent de bijtelling over de cataloguswaarde en houdt een deel in.
- 35%: Dit is voor de werknemer die met een oldtimer en meer dan 500 kilometer in de privé-sfeer rijdt.
- 25%: Dit percentage is voor de werknemer die meer dan 500 kilometer in de privé-sfeer rijdt en niet in de andere categorieën valt.
- 20%: Deze nieuwe tussencategorie is van toepassing voor dieselauto’s die zuinig zijn en daarbij tussen de 96 en 116 gram CO2-uitstoot per kilometer hebben. Voor de overige auto's ligt dit tussen de 111 en 140 gram.
- 14%: Indien sprake is van een meer zuinige auto met een CO2-uitstoot welke niet hoger is dan 95 gram per kilometer voor een diesel en 110 gram voor een benzine auto.
- 0%: Deze bijtelling is voor auto’s zonder CO2-uitstoot (bijvoorbeeld elektrische auto’s) en voor de mensen die minder dan 500 kilometer privé per jaar rijden. De werknemer dient een beschikking aan te vragen bij de belastingdienst en over te dragen aan de werkgever. Deze hoeft vervolgens geen bijtelling in te houden.
Grijs kenteken
Een ‘grijs’ kenteken heeft betrekking op een bestelbusje/-auto. De bijtelling voor het privégebruik vervalt voor bestelauto’s die door hun aard en inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt zijn voor het vervoer van goederen. Wordt van zo’n bestelauto toch privé gebruik gemaakt, dan is de bijtelling gelijk aan het aantal privékilometers keer de kilometerprijs.

Tip:
Wordt een bestelauto doorlopend afwisselend gebruikt door twee of meer werknemers, dan is het privégebruik moeilijk individueel vast te stellen. In dat geval kan het privégebruik via eindheffing bij de werkgever worden belast. Deze eindheffing bedraagt op jaarbasis € 300 per bestelauto.
Eigen bijdrage
Soms is bij een duurdere auto dan volgens het arbeidscontract toegestaan, een eigen bijdrage van de werknemer te verlangen. Deze eigen bijdrage kan in mindering worden gebracht op de bijtelling via het loonstrookje. In enkele gevallen dient dit te gebeuren via de aangifte.
Tip:
Indien de ‘extra’ vergoeding betrekking heeft op ‘privé’, dan kan het in mindering worden gebracht op de bijtelling. De werkgever kan hier aan meehelpen middels een verklaring!
Kilometeradministratie
De bewijslast inzake het overschrijden van de 500-kilometer grens ligt niet bij de werkgever, maar bij de werknemer. Een sluitende rittenadministratie dient aan de volgende gegevens te voldoen:
- Merk, type en kenteken van de auto met de periode waarin deze tot uw beschikking stond.
- Datum, begin- en eindstand kilometerteller, adres van aankomst en vertrek, zakelijk of privé, en eventueel de afwijkende route.

Er hoeft géén administratie bij gehouden te worden als het een auto met grijs kenteken betreft en het is uitdrukkelijk verboden er privé mee te rijden. Als er meer dan 500 kilometer per jaar aan privé-kilometers gereden wordt, hoeft er geen administratie bij gehouden te worden.
Let op!
Rijdt u per jaar meer dan 500 km privé zonder bijtelling op te geven, dan riskeert u een boete van € 4.920. De boete kan bij ernstig misbruik, zoals het vervalsen van de rittenadministratie, zelfs nog hoger uitvallen. De belastingdienst heeft aangekondigd ook in 2010 extra te controleren op het privégebruik van auto’s van de zaak.
Kilometervergoeding of auto van de zaak?
Soms heeft een werknemer diverse mogelijkheden bij het aangaan van een arbeidscontract:
- Een auto van de zaak
- Een (on)belaste kilometervergoeding: De werkgever mag een kilometervergoeding geven als met eigen vervoer werkzaamheden worden verricht of naar het werk wordt gereden. Deze grens ligt op € 0,19 per kilometer. Meer mag ook, maar dan wordt het meerdere wel belast.
- Een flinke inkomenscompensatie ter waarde van het leasebedrag en een stelpost kosten (car-allowance).
De kosten van de bijtelling (inclusief eigen bijdrage) dient men af te wegen tegen het aantal te rijden kilometers en de kilometerprijs van de auto (inclusief o.a. brandstofkosten, reparatiekosten, verzekeringen en afschrijving). Een hele klus, maar het kan zeer verrassend uitpakken.
Wat kan de werkgever belastingvrij vergoeden?
Op declaratiebasis van de werknemer met een auto van de zaak, kan een werkgever direct of indirect bepaalde kosten onbelast vergoeden. Denk hierbij onder andere aan brandstof- en reparatiekosten, vaak worden deze kosten al direct door de werkgever betaald. Maar zelfs parkeergelden mogen onder de onbelaste vergoedingen vallen.
Tip:
Zelfs een parkeerbon die is uitgeschreven door een gemeente als ‘gemeentelijke belastingheffing’ kunnen worden vergoed door de werkgever. Uiteraard is dit afhankelijk van het contract en het humeur van de werkgever.
Indien een werknemer (zowel met als zonder auto van de zaak) zakelijke reiskosten maakt met trein, bus of taxi mag de werkgever de werkelijke kosten onbelast vergoeden.
Heeft u aan uw personeel auto’s ter beschikking gesteld die ook voor privé worden gebruikt, dan moet u de BTW die u in eerste instantie geheel in aftrek heeft gebracht corrigeren.
Let echter op, deze BTW-correctie is onlangs gewijzigd. Dat is het gevolg van een recent besluit van de staatssecretaris.

U heeft als werkgever alleen recht op BTW-aftrek als er sprake is van ondernemerskosten. Dit betekent dat de BTW die aan het privé-gebruik van de auto van uw werknemer kan worden toegerekend niet aftrekbaar is. Hoe bepaalt u nu dat privé-gebruik? U kunt uw werknemers vragen het privé-gebruik door middel van een rittenadministratie bij te houden. De aan het privé-gebruik toe te rekenen BTW is dan niet aftrekbaar. De rechter heeft echter bepaald dat een werkgever het bijhouden van een rittenadministratie niet kan afdwingen.
In veel gevallen zal een rittenadministratie dus niet voorhanden zijn. Om dit probleem op te lossen mag een werkgever voor de BTW-correctie gebruikmaken van de regeling zoals die geldt voor ondernemers, de zogenoemde forfaitaire regeling.
Forfaitaire regeling
Deze regeling houdt in dat u de BTW op kosten van aanschaf, gebruik en onderhoud van de auto in eerste instantie volledig in aftrek brengt. Vervolgens maakt u in de laatste BTW-aangifte van het boekjaar een correctie voor privé-gebruik van uw werknemer. Onlangs maakte de staatssecretaris bekend dat de BTW-correctie met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 12% bedraagt van de correctie in de inkomsten- en loonbelasting. Kortom, voor de BTW-correctie wordt volledig aangesloten bij de inkomsten- en loonbelasting.
Dit was tot voor kort anders. Tot 1 januari 2008 was het zo dat een werkgever voor een werknemer die minder dan 500 km privé reed geen bijtelling in de loonbelasting in aanmerking hoefde te nemen, maar nog wel een BTW-correctie moest berekenen (12% x 10% x cataloguswaarde).
Woon-werkverkeer
Het verschil zat in een andere kwalificatie van privé-gebruik. Voor de BTW werden namelijk woon-werkkilometers wél als privé aangemerkt, terwijl dit voor de inkomsten- en loonbelasting niet het geval was. Dit verschil is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 opgeheven. De goedkeuring van de staatssecretaris zorgt voor een aanzienlijke vereenvoudiging, omdat de werkgever nu geheel kan uitgaan van de bijtelling in de loonbelasting.
Ook is hiermee een ander verschil opgeheven, namelijk het verschil tussen ambulante en niet-ambulante werknemers. Vóór 2008 gold voor ambulante werknemers die meer dan 500 km privé reden voor de BTW een correctie van 12% x 22% x cataloguswaarde. Nu is dat 12% x 25% x cataloguswaarde.
Let op!
Tot 1 januari 2008 gold woon-werkverkeer voor de BTW als privé, terwijl dit voor de inkomsten- en loonbelasting niet zo was. Met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 is dit verschil opgeheven.
Percentages
Door de goedkeuring van de staatssecretaris kan de werkgever voor de BTW-correctie dezelfde percentages hanteren die gelden voor de inkomsten- en loonbelasting. Dit betekent dus dat een werkgever in principe 12% x 25% x cataloguswaarde auto moet corrigeren. Wordt er in een (semi)zuinige auto gereden, dan kan de werkgever uitgaan van 12% x 20% of 12% x 14%.

De BTW-correctie voor privégebruik van de auto van de zaak bedraagt:
- 12% x 14% x cataloguswaarde auto ingeval er in een zeer zuinige auto wordt gereden en het aantal privékilometers meer dan vijfhonderd bedraagt;
- 12% x 20% x cataloguswaarde auto ingeval er in een semizuinige auto wordt gereden en het aantal privé-kilometers meer dan vijfhonderd bedraagt;
- 12% x 25% x catalogusprijs ingeval er sprake is van ambulant personeel en het aantal privé-kilometers meer dan vijfhonderd bedraagt. Tot 1 januari 2008 gold voor deze situatie nog een BTW-correctie van 12% x 22% x catalogusprijs;
- 12% x € 300 per bestelauto per werknemer per jaar ingeval de bestelauto doorlopend afwisselend wordt gebruikt door twee of meer werknemers (en waarvoor in de loonbelasting de eindheffing van € 300 per bestelauto geldt);
- nihil voor werknemers die de auto minder dan vijfhonderd kilometer privé gebruiken. Tot 1 januari 2008 gold voor deze situatie nog een BTW-correctie van 12% x 10% x cataloguswaarde auto;
- nihil voor werknemers die in een bestelauto rijden die (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer of in een bestelauto die niet buiten werktijd mag worden gebruikt;
- 12% x 25% x cataloguswaarde auto in alle overige situaties.
Voorbeeld:
Stel een werknemer rijdt voor zijn woon-werkverkeer in een auto van de zaak. Hij rijdt jaarlijks minder dan vijfhonderd kilometer privé, waardoor er voor de loonbelasting geen bijtelling voor het privé-gebruik geldt. Tot 1 januari 2008 moest de werkgever nog wel een BTW-correctie toepassen van 12% x 10% x catalogusprijs auto.
Vanaf 1 januari 2008 hoeft dit niet meer.
Eigen bijdrage
Stel u ontvangt van uw werknemer een eigen bijdrage voor het privé-gebruik. Over deze vergoeding bent u BTW verschuldigd. De BTW die u verschuldigd bent bij toepassing van de bijtelling voor privé-gebruik kunt u verminderen met de BTW die u moet voldoen over de vergoeding die u van uw werknemer heeft ontvangen.
Stel u heeft van uw werknemer een bedrag van € 3.000 ontvangen voor het privé-gebruik van de auto van de zaak. De in dat bedrag begrepen btw (19/119 x 3.000 = € 479) heeft u op aangifte voldaan. De auto heeft een cataloguswaarde van € 25.000. Het gaat om een zuinige auto zodat de BTW-correctie in eerste instantie 12% x 20% x € 25.000 = € 600 bedraagt.
Dat bedrag mag u vervolgens verminderen met de al voldane € 479. Per saldo geeft u dus in het laatste tijdvak van het jaar een bedrag van € 121 aan.
Advies
Het besluit van de staatssecretaris over de BTW-correctie heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2008. Werkgevers die een te hoge correctie hebben toegepast kunnen bezwaar maken tegen de eigen aangifte of – als de termijn is verstreken is – ambtshalve teruggaaf claimen.
Dat geldt voor niet-ambulante werknemers zonder bijtelling in de loonbelasting. Tot 2008 gold voor hen een correctie van 12% x 10% x cataloguswaarde, maar vanaf 2008 is geen correctie meer nodig.
Dat geldt ook voor werknemers die in een zuinige auto rijden en waarvoor vanaf 2008 een correctie van 14% of 20% (in plaats van 25%) mag worden toegepast.
Wanneer een werknemer voor zijn werkzaamheden gebruik maakt van zijn eigen auto, ontvangt hij van zijn werkgever veelal een vergoeding voor de door hem gemaakte kosten. Nu zal in die kosten ook een bedrag aan omzetbelasting zitten. De werkgever kan deze door de werknemer betaalde BTW normaal gesproken niet terugvorderen, ondanks het feit dat genoemde kosten uiteindelijk (deels) toch voor zijn rekening komen; hij kan namelijk slechts BTW in aftrek brengen die aan hemzelf in rekening is gebracht. Maar om het gebruik van een auto van de zaak niet te bevoordelen boven het gebruik van de eigen auto, bestond voor autokosten een uitzondering.
Die uitzondering hield in dat de werkgever de BTW die geacht wordt op de autokostenvergoeding van de werknemer te drukken, toch (deels) in aftrek mocht brengen. Daarbij gold een forfaitair percentage van 12%. Inmiddels is gebleken dat deze regeling strijdig is met het Europese recht. Werkgevers kunnen derhalve niet langer 12% van de aan werknemers betaalde kilometervergoeding als voorbelasting aftrekken.
Het oordeel van het Hof is gebaseerd op het feit dat de Zesde Richtlijn alleen recht geeft op aftrek als de BTW is voldaan door een andere belastingplichtige. Een werknemer die een eigen auto tevens gebruikt voor doeleinden ten gunste van zijn werkgever en die hiervoor een vergoeding ontvangt, kan niet worden aangemerkt als een belastingplichtige voor de omzetbelasting; art. 4, eerste en vierde lid van de Zesde Richtlijn sluit ‘loontrekkenden’ juist uit van het begrip belastingplichtige. Op grond van de Nederlandse Wet OB 1968 kon de werkgever wel 12% van de vergoeding in aftrek brengen.
Bovendien ziet het Hof geen levering als de auto van de werknemer wordt gebruikt in de onderneming van de werkgever. Onder levering wordt immers verstaan de overdracht of overgang van de macht om als eigenaar over dat goed te beschikken. Het Hof gaat echter niet in op de vraag of het gebruiken van de auto van de werknemer voor ondernemingsdoeleinden dan misschien een dienst is. Overigens is dat slechts van theoretisch belang, aangezien de werknemer die zijn auto gebruikt in de onderneming van zijn werkgever, toch al geen belastingplichtige is in de zin van de Wet OB 1968. Dit arrest heeft wel tot gevolg dat economisch gelijke situaties ongelijk worden behandeld. Wanneer de werknemer een auto van de werkgever gebruikt, is de omzetbelasting wel aftrekbaar, maar als hij zijn eigen auto gebruikt, dus niet.
Dezelfde problematiek speelt in gevallen waarin werknemers met een auto van de zaak kosten zelf betalen en deze vervolgens bij hun werkgever declareren. Ook dan is geen sprake van omzetbelasting die door de ondernemer zelf is voldaan. Voor zover een werknemer zelf kosten betaalt waarvoor hij van zijn werkgever een vergoeding krijgt, doen beiden er dan ook verstandig aan om af te spreken dat de werkgever zo veel mogelijk alle kosten zelf betaalt in plaats van daarvoor een vergoeding te geven. In de praktijk is het veelal zo dat de werkgever de meeste kosten voor ter beschikking gestelde auto’s aan een leasemaatschappij vergoedt. In dat geval zal de aftrek van voorbelasting in beginsel gewoon gehandhaafd blijven, met toepassing van de BTW-correctie voor privé-gebruik.
Overigens bepaalde het Hof ook nog dat, wanneer het gemeenschapsrecht wel zou voorzien in aftrek voor een werknemer die zijn auto voor zakelijke doeleinden gebruikt, desondanks art. 23 Uitv.besl. OB 1968 in strijd met het Europese recht zou zijn. Dit op grond van het feit dat de aftrek forfaitair is bepaald op 12%, zodat geenszins wordt verzekerd dat de in de onkostenvergoeding begrepen BTW daadwerkelijk overeenkomt met de BTW in het aankoopbedrag van de auto of in de uitgaven in verband met het gebruik van die auto ten behoeve van de activiteiten van de werkgever. Financiën heeft het wetsvoorstel tot afschaffing van deze aftrek inmiddels ter goedkeuring aan de Ministerraad voorgelegd.
Investeert uw bedrijf in 2010 in een zeer zuinige auto, dan mag u deze investering in twee jaar tijd afschrijven. Maximaal 50% in 2010 en 50% in 2011. Daarnaast komen zeer zuinige auto’s en elektrische auto’s in 2010 in aanmerking voor kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Ik ben ondernemer en heb een auto van de zaak die op naam van mijn BV staat. Een leaseauto van mijn BV dus. Ik rijd veel privé in de auto, dus aan de bijtelling ontkom ik niet. Maar kan ik iets doen om toch minder belasting over de auto te betalen? Met mijn eigen BV kan ik tenslotte regelen wat ik wil.
Heb je een auto van de zaak en rijd je meer dan 500 privé-kilometers per jaar, dan moet je over de waarde van de auto belasting betalen.
Van die bijtelling mag je de eigen bijdrage die je aan je werkgever betaalt voor privé-gebruik aftrekken. Een 'gewone' werknemer schiet daar weinig mee op. De aftrekpost is leuk, maar per saldo ga je er toch op achteruit. Het netto bedrag van de eigen bijdrage, dus na belastingvoordeel, ben je immers toch kwijt.
Bij jou ligt dit als directeur-grootaandeelhouder (DGA) anders. Jouw werkgever is immers je eigen BV. Het voordeel zit in het belastingtarief waar jij onder valt.
Als jouw salaris namelijk in het hoogste belastingtarief van 52% valt, dan kan je een leuk voordeel behalen. Je hebt dan aftrek van de bijdrage tegen dit hoge tarief.
De bijdrage die de BV van jou ontvangt, vormt inkomen voor de BV. Stel dat de BV in het laagste belastingtarief valt. Dan moet de BV over de ontvangen bijdrage 20% vennootschapsbelasting over betalen. Stel nu dat de BV het resterende bedrag, dus na betaling van belasting, weer aan jou uitkeert. Dan betaal jij 25% inkomstenbelasting over die uitkering. Per saldo betalen jij en de BV samen 40% belasting. Vergelijk dat met de aftrek tegen 52% die jij in privé hebt. Een voordeel van 12%.

Voorbeeld
Stel dat jouw inkomen in het 52% tarief valt. Dit tarief geldt in 2009 vanaf een inkomen (na aftrek van hypotheekrente et cetera) van € 54.776. De cataloguswaarde van jouw auto bedraagt € 30.000. De bijtelling is 25% dus € 7.500. Over de bijtelling betaal je € 3.900 inkomstenbelasting.
Nu ga je een eigen bijdrage aan de BV betalen die gelijk is aan de bijtelling. Dan houd je geen bijtelling meer over, omdat je de eigen bijdrage mag aftrekken van de bijtelling.
Bij de BV wordt de ontvangen € 7.500 belast tegen 20%. Dat kost dus € 1.500 aan vennootschapsbelasting. Er blijft na belasting € 6.000 over. Keer je dit bedrag als dividend aan jezelf uit, dan kost dat 25% inkomstenbelasting. Je betaalt dus nog eens € 1.500 aan de Belastingdienst.
Totaal gaat er nu € 3.000 naar de fiscus. Maar zonder die eigen bijdrage was dat € 3.900. Een jaarlijks voordeel van € 900 dus.
Wel is de BV iets meer omzetbelasting kwijt en moet je zorgen voor een goede vastlegging. Let er ook op dat je totale salaris nog wel binnen de normen valt die de Belastingdienst daarvoor stelt. Het belastingvoordeel weegt echter snel op tegen die nadelen. Snel verdiend dus.
Als het nieuwe kabinet de plannen zonder vertraging doorzet, kent Nederland vanaf 2012 een kilometerheffing. Automobilisten betalen dan niet meer voor het bezit, maar voor het aantal gereden kilometers. De belasting op nieuwe auto’s (BPM) en de motorrijtuigenbelasting (MRB) hebben dan hun langste tijd gehad.
De gemiddelde personenauto start dan in 2012 met 3 cent per km. Dit loopt op tot 6,7 cent in 2018. Schone auto’s betalen minder, vuile auto’s meer. Vrachtwagens komen rond de 2,4 cent per km uit.
Tip:
Ga naar www.kilometerprijs.nl voor meer informatie en een handige rekenhulp zodat u weet wat u straks per kilometer kwijt bent.
BPM omlaag
Door de komst van de kilometerheffing daalt de belasting op de aanschaf van nieuwe auto’s en motorrijwielen (BPM) jaarlijks met 5%. In 2013 zal de BPM uitkomen op 0%. In 2010 is het basispercentage BPM 27,4% van de netto catalogusprijs. Dit is de catalogusprijs verminderd met de daarin begrepen omzetbelasting. Voor benzineauto’s is er een korting van € 1.288 en voor aardgasauto’s een korting van € 1.788. Voor dieselauto’s geldt een toeslag van € 1.076.
Vanaf 2011 is een affabriek-roetfilter voor nieuwe dieselpersonenauto’s verplicht. Voor 2010 geldt nog een korting voor een dieselauto met een affabriek-roetfilter voor € 300.
Zeer zuinige auto’s en elektrische auto’s (nulemissieauto’s) zijn volledig vrijgesteld van BPM. Om te zorgen dat het verschil in BPM tussen zeer zuinige auto’s en zuinige auto’s niet te groot wordt, krijgen zuinige auto’s in 2010 en 2011 een BPM-korting. In 2010 is deze korting € 750.
Volgens de BPM-definitie is een zeer zuinige auto een personenauto met een CO2-uitstoot van maximaal 110 g/km (benzine). Een zuinige auto heeft een CO2-uitstoot tussen 110 en 120 g/km (benzine) of een CO2-uitstoot tussen 95 en 120 g/km (diesel/aardgas).
Ombouw BPM naar CO2-grondslag
De komende jaren zal de BPM worden omgebouwd van een heffing op basis van de catalogusprijs, naar een heffing op basis van CO2-uitstoot. Dit zal in vier jaar plaatsvinden.
Vanaf 2013 wordt de BPM uitsluitend nog geheven op basis van CO2-uitstoot. De eerste stap is nu gezet. De bonusmalusregeling en de CO2-toeslag zijn afgeschaft en vervangen door een tarief per gram CO2-uitstoot. Vanaf 2013 zal de heffing op basis van CO2-uitstoot jaarlijks omlaag gaan en de kilometerheffing jaarlijks omhoog. De verwachting is dat de heffing op basis van CO2-uitstoot vanaf 2018 verdwijnt.
BPM-vrijstelling voor bestelauto’s
Ondernemers die een bestelauto aanschaffen hoeven onder bepaalde voorwaarden geen BPM te betalen. Eén van de voorwaarden voor die vrijstelling is dat de laadruimte van de bestuurderszitplaats is afgescheiden door een vaste wand over de gehele breedte van de cabine. De technische inrichtingseisen voor bestelauto’s zijn per 1 juni 2009 versoepeld. Het gaat om eisen aan de vaste wand tussen de bestuurderscabine en de laadruimte. Het gebruik van popnagels als bevestigingsmateriaal is voortaan toegestaan; de wand hoeft niet meer aan de bovenzijde te worden vastgezet en hoeft ook niet overal aan de carrosserie aan te sluiten. Voor fabrikanten en importeurs is het hierdoor eenvoudiger om een bestelauto aan te passen aan de Nederlandse fiscale bepalingen.
Motorrijtuigenbelasting (MRB) omhoog
Omdat de BPM de komende jaren steeds lager wordt en dit budgettair neutraal moet gebeuren, gaat de MRB de komende jaren omhoog. De MRB stijgt (bovenop de inflatiecorrectie van 1,9%) met 6,4%. Voor een gemiddelde benzinepersonenauto stijgt de MRB per jaar met ongeveer € 19. Voor de gemiddelde dieselpersonenauto is dit ongeveer € 72 per jaar. Bezit u een zeer zuinige personenauto, dan betaalt u geen MRB.
Tip:
Op www.belastingdienst.nl/reken/motorrijtuigenbelasting vindt u een handige rekenhulp waarmee u precies kunt uitrekenen hoeveel MRB u moet betalen.